Het grote taboe
van de kersverse moeder.
‘Tot onze grote vreugde is geboren…Plotseling is een jonge
vrouw een moeder geworden en een man een jonge vader. Een mooie tijd
is aangebroken: het koppel is nu een gezin.
Dat er in veel gezinnen verwarring en uitputting ontstaat in de eerste
jaren van het ouderschap, daar wordt nog steeds niet veel over gesproken.
Toch speelt 1 op de 3 breuken zich af in het eerste jaar na een geboorte!
En meer dan de helft van de moeders stevent af op een uitputting gedurende
de eerste levensjaren van hun kind.
Deze fysieke en emotionele aanslag op de kersverse moeder blijkt nog
steeds een taboe.
Jacqueline (41) moeder, van tweeling Victor en Marc (4) praat.
“Ik ben elke dag dankbaar voor de manier waarop mijn gezinsleven
op zijn pootjes terechtkomt. Maar ik durf nu pas, vier jaar na de geboorte
van de jongens, toe te geven dat ik regelmatig met ingehouden adem en
met de moed der wanhoop heb gefunctioneerd. Vijf maanden na de geboorte
van de tweeling kwam ik er alleen voor te staan met de jongens. En gelukkig
wist ik toen niet hoe zwaar ik het nog zou krijgen. Gedurende een jaar
was ik een alleenstaande moeder en ik kijk met gemengde gevoelens terug
op die periode, waarin ik de zorg voor de jongens combineerde met een
veeleisende driekwart baan. Met terugwerkende kracht zie ik nu in dat
ik alle verschijnselen vertoonde van een postnatale depressie of op
zijn minst die van een behoorlijk uitgeputte vrouw.
Het was overleven wat ik deed in plaats van leven. Medisch gezien waren
mijn zwangerschap en de bevalling vrij zwaar geweest, en ik smolt toen
de jongens eindelijk in mijn armen lagen. Ik was gek op die twee marsepeinen
hoofdjes en ik wilde zorgen dat ze kregen wat ze nodig hadden. Zij mochten
er niet te veel onder lijden dat mijn relatie stuk was gelopen. Ik heb
in die begintijd het schip met man en macht drijvende proberen te houden
en had niet zo goed in de gaten dat ik zelf aan het leeglopen was.
Voor het eerst overviel me een soort van wanhoopsgevoel toen ik na de
bevalling het ziekenhuis mocht verlaten. Die eerste dagen in het ziekenhuis
voelde ik me veilig en gesteund door de verpleging en plotseling diende
ik naar huis te gaan met die twee kwetsbare wezentjes onder mijn hoede.
Ik heb dat toen niet rondgebazuind, maar ik weet nog heel goed dat ik
een golf van paniek door me heen voelde gaan.
Ik kreeg veel bezoek in die tijd, en ik genoot van de afwisseling zolang
er niet te veel extra energie van mij werd gevraagd. Voor mij was het
al ‘alle hens aan dek’ en ik kon er het leed van de wereld
niet nog eens bij hebben. In stilte hoopte ik stiekem wel eens dat iemand
een handje zou toesteken, dat iemand door zou hebben dat ik wat hulp
nodig had.
Maar ik was te trots om om die hulp te vragen.
En ondertussen liep mijn batterij leeg. Zo leeg dat ik op een zeker
moment zelf flauwviel toen er een dokter langs kwam voor één
van de jongens. En toch kon ik niet echt toegeven dat de zorg van de
jongens in mijn eentje nauwelijks te behappen was. Dat ik moe was en
niet eens stil durfde te staan bij hoe ik dit zou kunnen volhouden.
Zelfs toen de gynaecologe me op een briefje gaf dat ik aan een lichte
postnatale depressie leed, bleef ik de lat hoog leggen.
Ik besefte ergens wel dat ik een zware klus deed, maar ik bleef zoveel
van mezelf geven dat ik van binnen een beetje opbrandde. Ik weigerde
om bij de pakken neer te gaan zitten, en als remedie ging ik urenlang
wandelen onder het motto ‘zo blijf ik in beweging en val ik niet
omver’. Kilometers en kilometers liep ik met dat twinmobiel, tot
ik er een polsblessure aan overhield.
Voor mij was mijn oververmoeidheid inderdaad een soort taboe. Ik was
altijd als een redelijk sterke vrouw door het leven gegaan, en ik vond
het vreselijk moeilijk om toe te geven dat het moederschap een bijna
bovenmenselijke inspanning van mij vergde. Ik was zielsgelukkig met
die twee kleintjes, maar de roze wolk ging gepaard met een zware uitputtingsslag
die ik probeerde te overstemmen door nog meer te doen en zeker niet
toe te geven dat het te veel was. Want als ik mijn trots zou laten varen,
was ik bang om helemaal onderuit te gaan.
Ondertussen heb ik veel geleerd van die periode. Ik sta er al lang
niet meer alleen voor en ik durf ondertussen te aanvaarden dat ik niet
te veel meer van mezelf hoef te vergen. Ik geef mijn grenzen beter aan
en ik besef dat mijn kwetsbaarheid evenveel bestaansrecht heeft als
mijn kracht. Ik wil me niet meer blijven forceren, en dat gun ik andere
moeders ook. Het valt me nu op dat veel moeders zich niet zo goed raad
lijken te weten met hun nieuwe rol. Ik herken hun paniek en hun bijna
dwangmatige vrolijkheid om te verbergen dat ze zich nog niet thuis voelen
in hun moederschap. Dat ze ook moe zijn en onzeker. Dat ze misschien
zelfs wel vooral moe zijn en onzeker. Nu weet ik dat het geen schande
is om het allemaal even niet te kunnen vatten. Je kunt je in een vrouwenleven
niets ingrijpenders voorstellen dan de bevalling van je eerste kind.
Het kind wil gedijen en bepaalt opeens dag en nacht de agenda van de
moeder. Dat vraagt om een loslatingsproces van het ‘vrije’
leven dat je daarvoor als vrouw leidde. Hoe blij je ook bent met je
kinderen: een deel van je vrijheid is weg en het is geen schande om
dat als een gemis te ervaren.
Achteraf gezien ben ik een rijkere vrouw geworden. Ik ben nog steeds
aan het bijkomen van de afgelopen jaren, maar juist daardoor ben ik
gaan inzien dat ik mijn angsten en verdriet ook de ruimte mag geven
in plaats van ze te blijven onderdrukken. Nu ik mijn moeheid en gevoelens
begin toe te laten, overspoelen ze me niet meer. Ik hoef mijzelf eindelijk
niet meer voorbij te lopen. En ik kan des te meer genieten van het moment.
De strijk kan wachten…”
Annemie (32) moeder van Arnold (3) praat.
“Niemand heeft me ooit verteld dat die eerste jaren van het moederschap
zo zwaar zouden zijn. Bij mij is ook alles naar boven gekomen van mijn
eigen jeugd en al die gevoelens als angst, verdriet en wanhoop stromen
door me heen terwijl ik er ook zo goed als mogelijk probeer te zijn
voor mijn zoontje. Ik merk dat ik momenteel zelf snak naar steun en
opvang en ik verwijt mijn partner ook nu pas een gebrek aan aandacht
voor me. Daardoor loopt de relatie ook behoorlijk turbulent en dat zorgt
er weer voor dat ik soms de moed verlies op een rustige en gelukkige
toekomst. Ik hoop dat het niet meer te lang zal duren voordat ik echt
kan genieten van mijn gezin. De laatste maanden probeer ik me al wat
meer te focussen op alles wat wel fijn is aan mijn leven en dat helpt
wel. Ik neem ook af en toe wat meer tijd voor mezelf en ik praat wat
meer met vriendinnen over mijn angsten en onzekerheden.”
Greet (28) moeder van Elske (18 maanden) praat.
“Mijn man is vaak in het buitenland en ik voel me vaak erg alleen
staan in het ouderschap. Ik werk zelf vier dagen in de week, maar als
mijn man weg is, dan is hij echt weg. Terwijl ik er na mijn werkuren
ook steeds moet zijn voor mijn dochtertje. De eerste keer dat Dirk voor
drie dagen vertrok voor zijn werk, sloeg de paniek toe. Elske voelde
waarschijnlijk dat het allemaal wat te veel voor me was en zij hield
me de eerste nacht wakker met verschrikkelijke huilbuien. Ik dacht dat
ik zou ontploffen. Het was een moment dat ik begreep dat sommige moeders
hun kind wat aan kunnen doen. Ik voelde mijn onmacht en wanhoop naar
boven komen en heb toen gelukkig het verstand gehad om even op het balkon
tot rust te komen. En ondertussen Elske maar gillen! De volgende dag
heb ik mijn moeder verteld hoe ik me die nacht had gevoeld. Zij antwoordde
alleen maar: “Ik hoop dat je Elske nooit iets aan zult doen!”
Dat was voor mij genoeg reden om mijn uitputting van dit moment niet
meer met haar te delen. Ik wil niet dat mijn moeder of iemand anders
denkt dat ik een slechte moeder ben.”
Veerle de Corte vroedvrouw van ‘De kraamvogel’ te Antwerpen:
“Tien procent van de jonge moeders komt in een vorm van depressie
terecht.”
Het is inderdaad heel belangrijk dat het waanbeeld van de ‘roze
wolk’ wordt doorgeprikt. De media creëren toch nog steeds
het beeld van de gelukkige jonge moeder. Elke vrouw die niet aan dat
ideaalbeeld voldoet, en dat zijn heel veel vrouwen, begint zich schuldig
te voelen.
Ook lopen ze een sterk gevoel van teleurstelling op, want ze hadden
het zich zo anders voorgesteld. De vrouw van vandaag heeft niet zoveel
vertrouwen in haar moederschap en daarom gaat ze extra ‘haar best
doen’ om toch maar ‘een goede moeder’ te zijn. Ze
stort zich op de zorgaspecten van het moederschap en vergeet dat de
waarde ligt in de rustige momenten die de moeder doorbrengt met haar
baby of peuter. De mama’s leggen hun lat veel
te hoog en hebben daardoor geen ruimte meer voor echt hartscontact met
hun kroost.
En dat brengt nog meer schuldgevoel, twijfel en onzekerheid met zich
mee.
Op die manier krijg je steeds meer afstand tussen moeder en kind. Het
kind vervreemdt
van zijn ware behoeften en gaat daardoor nog lastiger gedrag vertonen.
De moeder wordt daar dan weer extra mee belast en zo blijf je natuurlijk
in een negatieve spiraal zitten met je jonge gezinnetje. Het is belangrijk
dat vrouwen onderling eerlijker worden naar elkaar. Dat ze niet blijven
doen ‘alsof het allemaal zo goed gaat’.
Vanuit die eerlijkheid zullen ze eerder tot constructieve oplossingen
komen waardoor die spiraal van fysieke en emotionele uitputting doorbroken
kan worden.”
Peggy van den Branden, psycho-therapeute, gespecialiseerd in post-partum
depressies:
“Vrouwen in het westen zijn niet correct voorbereid op het moederschap.
Jonge moeders worden bedolven onder misleidende informatie, valse verwachtingen
en misverstanden. Natuurlijk is het een unieke ervaring om je jonge
kroost op te voeden, maar het moederschap kent heel wat schaduwkanten.
Al deze emoties, negatief én positief zijn normaal. Als je dat
als jonge vrouw weet en erkent, dan zijn je verwachtingen al veel realistischer.
Recente studies hebben aangetoond dat vrouwen die problemen hebben ondervonden
in de relatie met hun eigen moeder, het moeilijker vinden om zichzelf
als een goede moeder te beschouwen. De relatie met je eigen moeder wordt
dan ook vaak in die eerste levensjaren van je kind een stuk herbeleefd.
Dit kan tot een heleboel verwarrende gevoelens leiden die je als jonge
moeder in eerste instantie probeert te vermijden of te ontkennen. Het
onderdrukken van al die gevoelens kan weer tot uitputting of een depressie
leiden.
Het moederschap betekent een grote verandering in het leven van een
vrouw. Eén van de meest voorkomende vragen die de jonge moeder
me stelt is: “Waarom heeft niemand me verteld dat het zo zwaar
zou zijn?” Het is de hoogste tijd dat vrouwen onderling de stilte
rond de werkelijkheid van het moederen gaan verbreken.”
Tips voor de uitgeputte jonge moeder:
1. Neem je klachten serieus.
2. Probeer te accepteren dat je je niet voelt zoals je je zou willen
voelen.
3. Ga voor jezelf na wat er aan de hand is en krijg inzicht in je situatie.
4. Praat eerlijk over je gevoelens en schaam je er niet voor.
5. Sta jezelf fouten toe en zoek naar een realistische tijdsindeling.
6. Neem tijd voor jezelf en je kind om helemaal niets te doen.
7. Vraag om praktische hulp aan partner en omgeving.
8. Blijf een hobby onderhouden, los van je kinderen.
9. Wees mild en respectvol voor jezelf!
Tips voor de omgeving.
1. Vraag de moeder wat je concreet voor haar kunt doen.
2. Geef de jonge moeder positieve bevestiging in plaats van kritiek.
3. Praat met haar over haar gevoelens zonder oordeel te vellen.
4. Probeer haar negatieve gevoelens niet weg te praten, maar neem ze
serieus.
5. Voor de partners: trek je niet terug, maar ondersteun je vrouw.
6. Stimuleer haar om tijd voor zichzelf te nemen.
7. Laat je niet misleiden door haar ‘overbezitterigheid’
naar het kind.