Vroeg Verlies -Verlaat Verdriet Ik heb je niet begraven, vader,
Ruim 10 % van de mensen die nu tussen de 20 en 70 jaar zijn, hebben voor hun 20-ste levensjaar één of beide ouders verloren. Voor velen blijkt het een ingrijpende gebeurtenis te zijn geweest, die tientallen jaren later nog voor grote problemen kan zorgen, omdat ze niet voldoende hebben kunnen rouwen. Aan deze problematiek wordt weinig aandacht gegeven. Reden genoeg voor mij als psychotherapeute om ermee aan de slag te gaan, aangezien ik zelf ook mijn vader op jonge leeftijd verloor. Suzy Het wegvallen van een vader of moeder uit het leven van een kind is zeer ingrijpend. Hierdoor valt het basisvertrouwen in het leven weg, de ‘rugdekking’ verdwijnt. Dit verlies houdt men een leven lang bij. Hoe vaak zal men niet moeten zeggen : ‘Ik heb geen moeder, geen vader meer’. Men wordt groot met een gat in de ziel. Vaak komt men daar pas achter als men volwassen is. Wie vroeger al op jonge leeftijd zijn vader of moeder verloor, werd niet geacht ‘te kunnen bevatten wat er gebeurd was’. Daarom werd alles wat met sterven en dood te maken had maar zover mogelijk uit het kinderleven geweerd. Men wilde een kind bovendien de confrontatie met een begrafenis of afscheidsritueel besparen, het zien van openlijk grotemensenverdriet zou het maar van streek maken. Samen met het naoorlogse motto 'aanpakken, niet omkijken' leverden deze ingrediënten een klimaat op dat er mede verantwoordelijk voor is geweest dat zoveel volwassenen van nu gebukt gaan onder het onverwerkte verlies van één of beide ouders op jonge leeftijd. Met alle gevolgen van dien op latere leeftijd. De altijd weggestopte pijn kan zich dan uiten door lichamelijke en psychische klachten. Vaak is het dan niet meer zo duidelijk dat het verlies van een ouder hier één van de oorzaken is. ‘De tijd heelt alle wonden’ blijkt in dit soort situaties zeker niet op te gaan. Vaak is er voor de verwerking van het verdriet geen plaats geweest, is de pijn alleen maar weggestopt. De overlevingsstrategieën die daarbij zijn aangeleerd, hebben weliswaar jarenlang geholpen, maar op een gegeven moment zijn ze niet meer in overeenstemming met het leven dat je zou willen leiden, en houden ze je af van een diepere vervulling. Wat is rouw ? Rouwen staat voor afscheid nemen in de meest letterlijke zin van
het woord : het is jezelf afscheiden van iemand waarvan je innig gehouden
hebt. Rouwen is een proces van bewustwording van een realiteit die (meestal)
zeer ongewenst en erg pijnlijk is, maar niettemin onvermijdelijk. Sabine : Soms wordt het dagelijkse leven na het overlijden van een ouder
volledig op zijn kop gezet, bijvoorbeeld als er verhuisd moet worden
of als de overgebleven ouder een nieuwe partner krijgt. Dan verandert
er opeens zoveel dat er voor echt rouwen eigenlijk geen tijd is. Marjon : De manier waarop men als kind met het sterven van vader of moeder
is omgegaan en de wijze waarop men daarbij al dan niet door de omgeving
werd geholpen en ondersteund, zijn bepalend voor de rol die dit verlies
in het verdere leven speelt. Niet iedereen die het overkwam draagt daarom
die negatieve last met zich mee. Bij veel kinderen en jongeren van toen
zijn echter wel beschadigingen opgetreden door de gebeurtenissen rondom
het sterven van hun vader of moeder. Ze hebben de ervaringen rond en
na de dood van hun ouder moeten wegstoppen, omdat ze te pijnlijk waren
om toe te laten. Tevens kunnen kinderen zich geen langdurig en zwaar
rouwproces veroorloven omdat ze hun energie nodig hebben om te groeien,
zowel lichamelijk, verstandelijk als emotioneel.
Beschermlaagje : Bij alle gevoelens en emoties die een verlies met zich meebrengt,
is het van belang dat men heeft deelgenomen aan het afscheid nemen.
Om de pijn niet nog groter te maken zijn veel kinderen niet meegenomen
naar de begrafenis of crematie. Dit geeft het gevoel dat men er niet
bijhoort, dat men buitengesloten wordt. Vaak durft de omgeving ook niet
goed vragen hoe het er eigenlijk mee gaat. Ze zijn bang het kind extra
verdrietig te maken. De overleden ouder wordt dan weggezwegen. Daardoor
kan men dan niet de gevoelens van verdriet, kwaadheid, jaloezie... uiten.
Met vrienden en vriendinnen praat men er niet zo gemakkelijk over, men
wil geen uitzondering zijn, men wil er blijven bijhoren. Men voelt zich
kwetsbaar, bang om emoties te uiten en stelt zich daarom vaak stoer
op: "Ik kan het allemaal zelf wel aan". Katrijn : Kinderen met dit soort ervaringen hebben een beschermlaagje om hun eigenlijke zelf gelegd, dat hen beschermt tegen nog meer verontrustende gevoelens, maar hen tegelijk afschermt van het volle leven. Patronen : De patronen die mensen met een vroeg verlies van hun ouder door
de jaren heen ontwikkeld hebben, zijn divers. Aan de ene kant heb je
de sterk ogende ‘flinkerds’ : mensen die ervoor gekozen
hebben het ‘dan maar alleen‘ te doen. Ze hebben hun verdriet
weggedrukt, zijn er overheen gestapt. Ze komen sterk en onafhankelijk
over, maar voelen zich meestal niet zo. Er zit maar een heel klein beetje
zelfvertrouwen onder die buitenkant. Als overlevingsstrategie hebben
zij zichzelf een ‘harnas‘ aangemeten, ter bescherming van
nog meer verdriet. Door confrontaties later in het leven, kan het harnas
barstjes gaan vertonen. Dan beseffen ze dat ze het vroege verlies niet
op de juiste manier hebben verwerkt. Paula: Er bestaan verschillende manieren om de pijn buiten te sluiten. Flink en sterk zijn is er één van. Maar ook het besluit altijd onafhankelijk te willen blijven. Men wil dan almaar bewijzen dat men niemand nodig heeft, het wel alleen kan. Vermijding, ontkenning, projectie, overdreven aangepast gedrag, introjectie, ontlopen van verantwoordelijkheden, wantrouwen, rationaliseren en intellectualiseren... zijn ook verdedigingsmechanismen die deze kinderen ontwikkelen. Maar welke overlevingsstrategie er ook wordt gekozen, er zit altijd een keerzijde aan. Uiteindelijk werkt hij tegen je. Mensen met een onverwerkt verdriet léven niet, ze overléven. Het bewustzijn en de kijk op de werkelijkheid zijn verengd, wat de mogelijkheid om bewuste keuzes te maken beperkt. Karien : Een vroeg gemis van een ouder, heeft vaak ook het basisvertrouwen
aangetast. Zomaar, onverwachts, heeft men iemand verloren. Iemand die
je dierbaar is, is voor altijd verdwenen. Gebleken is dat men niet op
de omgeving kan vertrouwen. Het gevoel van veiligheid is aangetast.
Vaak kunnen mensen die een vroeg verlies hebben meegemaakt moeilijk
intieme relaties aangaan of instandhouden. De overtuiging dat het onveilig
is om je te hechten aan iemand die zo weer uit je leven kan verdwijnen,
zit vaak diep. Weer anderen zoeken in hun partner onbewust een vervangende
ouder en klampen zich wanhopig aan hem of haar vast. Hun krampachtige
angst voor verlies maakt hun gedrag zo ‘claimerig’ dat hun
ergste vrees bewaarheid wordt : de partner kan er niet meer tegen en
gaat op de loop. Lucien: Symptomen : Volwassenen die als kind een ouder hebben verloren, herkennen meestal enkele van de volgende symptomen:
Recht op rouw : Alleen staan in rouw, het alleen verwerken, is een bijna onmogelijke
opdracht voor jong en oud. Mensen die op jonge leeftijd een ouder verloren,
hebben hun hart sterk bewaakt. Er is dan behoefte aan een reisgenoot
( therapeut ) die niet bang is om samen met hen te verwijlen bij dood
en verdriet, die bereid is om in weerloosheid mee te lopen in de slingerbeweging
van pijn en vreugde. Er is nood aan een tochtgenoot, die samen met hen
opzoek gaat naar zin en betekenis. In de workshop die ik nu geef, tracht ik samen met deze mensen
een sfeer te creeëren om alsnog te rouwen. Er gaat veel aandacht
naar veiligheid en vertrouwen. Hierbij durf ik mezelf ook kwetsbaar
opstellen en een open medemens te zijn. Er worden sluitende afspraken
gemaakt en ik ga in zorg en respect om met de grenzen van de anderen.
Tijdens de workshop krijgen deze mensen de kans om met lotgenoten, in
alle rust, terug te kijken naar deze zeer ingrijpende verlieservaring
en te voelen wat dit nu nog in hun leven betekent. Dit gebeurt vooral
in het eerste deel van de workshop. Er wordt dan theorie gegeven over
‘kinderen en rouw’ en over de rouwtaken. Vervolgens werkt
ieder daar voor zichzelf een stukje concreet mee verder. Rouw wordt
gemakkelijk geuit via activiteit. Gevoelens die moeilijk te verwoorden
zijn, kunnen geuit worden door creatieve expressie. Wat door creativiteit
naar buiten komt, voelt veiliger en is vaak een eerlijkere weergave
van de gevoelswereld, omdat de verdedigingsmechanismen wegvallen. Symboolcommunicatie
vermindert de controle van mensen en daardoor komen ze vlugger bij herinneringen
en gevoelens. Jetty De workshop blijkt heel wat op te leveren nml. :
Tijdens de workshop gebruik ik theoretische kaders, gesprekken, visualisaties, ontspanningsoefeningen, rituelen, gerichte oefeningen uit I.V. en aanverwante therapie- en creatieve werkvormen. Er wordt gewerkt met en vanuit de inhouden, vragen en ervaringen van de deelnemers. Door stil te staan... , vooruitgaan.... Het slachtofferschap voorbij : Angelique: Door het (onverwerkte) verlies onder ogen te zien en werkelijk
te aanvaarden als deel van het leven, kan men het vroege verlies te
boven komen. Als mensen het rouwproces gaan aanpakken dat al zo lang
is blijven liggen (uitgestelde rouw), overheerst aanvankelijk meestal
het slachtoffergevoel. De kwaliteiten die ze ontwikkeld hebben om zich
te handhaven worden in het begin negatief beoordeeld, omdat ze in hun
eenzijdigheid ten koste gingen van andere behoeften. Verderop in het
proces komt er meer evenwicht en gaan mensen waarderen dat ze als gevolg
van de verlieservaring bvb. zelfstandigheid, kracht, zorgzaamheid, ambitie
en empathie... in hun overlevingspakket hebben zitten. Dan gaan mensen
erkennen dat ze ook een positieve erfenis hebben meegekregen door het
vroege wegvallen van hun vader of moeder. Sommigen draaien het roer
drastisch om als zij hun vroege verlies alsnog verwerkt hebben. Vanuit
hun oude zelfbeeld werkten ze bvb. in de zorg, maar nu gaan ze bvb.
een winkel beginnen omdat dat beter past bij het 'eigen leven' dat nu
vrijkomt. Een ander wordt alsnog moeder, omdat ze dat nu - na de verantwoordelijkheid
voor haar eigen innerlijke kind te hebben opgepakt - wel aandurft. Opnieuw verbinding maken : Wanneer men in therapie volwassenen begeleidt met een vroege rouw,
dient men rekening te houden met de gestagneerde rouw én met
de bijkomende factoren die vroeger het rouwen bemoeilijkten, alsook
met de manier waarop kinderen rouwen.
De zorgtaken die de naasten kunnen opnemen voor een kind dat een ernstig verlies heeft geleden zijn:
In hoeverre dragen juist de tragische ervaringen in ons leven ertoe bij om onze unieke bestemming te vinden? Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat alles wat we aan narigheid meemaken tot bedding kan dienen voor onze kwaliteiten. Ook het veel te vroege verlies van onze vaders en moeders. Je kan als volwassene oppakken wat vroeger is blijven liggen, verantwoordelijkheid nemen voor jouw genezing en verdere groei. Wie in de gedachten zijner geliefden leeft,
www.ankersmid.nl Peggy van den Branden, IV- therapeute. |
||
|
|